“Ik wil altijd het beste voor hem want als hij zich slecht voelt voel ik me ook slecht.”

Het eerste dat de Eritrese Tadese opviel in Nederland was het weer, de regen. Het tweede was kaas: in Eritrea at hij nooit kaas met brood. Nu woont Tadese meer dan twee jaar in Nederland, maar hij is nog steeds niet helemaal gewend aan zijn nieuwe thuis. Daarom krijgt hij soms begeleiding in Nederland, waaronder van Nasr. Nasr is zelf 25 jaar geleden naar Nederland gevlucht en woont nu met zijn vrouw in Leeuwarden. Hij doet vrijwilligerswerk bij Vluchtelingenwerk en begeleidt nieuwkomers. “Ik vind het leuk dat ik mensen advies kan geven, ik kreeg heel weinig hulp toen ik hier kwam. Tadese is een hele slimme jongen en ik ben blij dat ik hem kan helpen.” Tadese is ook heel blij met het contact met Nasr. “Hij vertelde mij alles over hoe ik hier moet leven en dat ik moet studeren en de taal leren”.

Tadese gaat in Nederland vijf dagen per week naar school, doet vrijwilligerswerk bij de bibliotheek via WELLZO, en is christen. Hij wil graag in Nederland gaan studeren als hij in aanmerking komt voor studiefinanciering, maar hij weet nog niet precies wat. Waarschijnlijk iets met mensen. In Eritrea is de gemeenschap heel hecht, iedereen kent elkaar en helpt elkaar. Tadese: “Bij een bruiloft bijvoorbeeld, doet het hele dorp het werk. Het bruidspaar zelf hoeft niks te doen.” Ook Nasr benoemt het gemeenschapsgevoel in Eritrea, dat voort komt uit de onafhankelijkheidsoorlog tegen Ethiopië, van 1961 tot 1991: “Iedereen leeft als broer en zus. Ook Moslims en Christenen: ze vertrouwen elkaar en zorgen voor elkaar. Ze hebben 30 jaar samen gevochten!”

“Dat is wat ik wil doen: bruggen bouwen. De stap nemen om mensen dichter bij elkaar te laten komen, zonder vooroordelen.”

Wat Tadese en Nasr beide opvalt aan Nederland? Nederlanders zijn vaker afwachtend tegenover nieuwkomers. Nasr: “Ze kijken eerst hoe jij bent. Ze zijn wel nieuwsgierig maar ze stellen niet zo snel vragen. Daarom moet jij naar hen toe gaan. Ik vertel dat nieuwkomers ook altijd: ga als je een plek hebt meteen kennis maken met je buren!” Voor sommige mensen is dat echter wel een barrière waar ze doorheen moeten, om zo maar op een vreemde af te stappen. En het moet ook van de Nederlanders komen en dat kan volgens Nasr en Tadese soms nog iets beter. Zodra dat eerste contact er is, zijn Nederlanders juist wel erg open, vinden beide. Tadese: “Ik heb m’n buren uitgenodigd. Ik woon op een rijtje met 6 huizen, maar alleen de buren van het tweede huis kwamen. Maar andere mensen zijn juist wel heel open, ik krijg bijvoorbeeld extra les in het Nederlands van mensen die bij mij thuis komen.” Nasr erkent dat de taal een probleem kan zijn voor contact tussen nieuwkomers en ‘oudkomers’. “En helaas hebben sommige mensen geen behoefte aan contact of ze hebben tijd nodig om iemand te leren kennen. Dat is wat ik wil doen: bruggen bouwen. De stap nemen om mensen dichter bij elkaar te laten komen, zonder vooroordelen.”

Als Tadese terug denkt aan Eritrea is hij vaak heel bang en mist hij zijn familie. Zijn ouders zijn te oud en kunnen de reis niet aan. Via Ethiopië en Sudan is hij door de woestijn naar Libië gekomen, waar hij met meer dan 1000 man samen woonde: slapen op matjes op de grond, geen licht en geluid mogen maken, 1 keer per dag eten, en daarna in een gevaarlijke boot naar Italië. De kosten voor een etappe van de reis met een vrachtwagen zijn $5000 per persoon, maar met mensen die je eigenlijk niet kunt vertrouwen. Maar tijdens de vlucht was hij niet zo heel bang: “Je wist niet wat er ging gebeuren en waar je naartoe moest dus je ging maar gewoon door. Terugkijkend ben ik wel heel bang en als iemand van mijn familie zou gaan zou ik ook heel bang zijn.” Nasr denkt juist heel weinig terug aan zijn vlucht, 25 jaar geleden. Het grootste verschil? “Nu vluchten mensen vaak in groepen. Toen kon dat niet: dan voel je te veel op en dat was onveilig”

Nasr en Tadese hebben door hun ontmoetingen een bijzondere vriendschap opgebouwd. Nasr: “We denken hetzelfde over dingen. Hij zegt vaak hetzelfde als wat ik dacht. We snappen elkaar, en elkaars erfenis. Ik wil altijd het beste voor hem want als hij zich slecht voelt voel ik me ook slecht.”